Alle lessen

Is dit nieuws echt? (les 3): Conclusie, presenteren en terugblikken

Project basisonderwijs · Digitale geletterdheid, Burgerschap · 45–60 min · 7 dia's

Een project over nepnieuws. Kinderen onderzoeken hoe je kunt zien of een bericht echt is, en oefenen met drie checkvragen bij elke bron. Past bij digitale geletterdheid en burgerschap. Les 3 van 3, voor groep 6-8.

Dit project bestaat uit 3 lessen:

  1. Les 1: Verwonderen en onderzoeksvraag
  2. Les 2: Bronnen checken: spot de denkfout
  3. Les 3: Conclusie, presenteren en terugblikken

De dia's van deze les

  1. 1. Lesdoel en succescriteria: Les 3: ons antwoord

    Vandaag geven we antwoord op onze onderzoeksvraag over nepnieuws.

    • Ik kan ons antwoord op de onderzoeksvraag vertellen
    • Ik kan zeggen hoe we weten dat ons antwoord klopt
    • Ik kan vertellen wat goed ging en wat ik volgende keer anders doe

    Voor de docent: Haal de onderzoeksvragen en aantekeningen van de groepjes erbij. Wie mist er informatie? Geef die groepjes eerst tien minuten extra zoektijd.

  2. 2. Woordenwolk: Wat is je bijgebleven?

    Welk woord past voor jou het best bij ons onderzoek over nepnieuws?

    Voor de docent: Laat de woordwolk even staan en vraag twee kinderen waarom ze hun woord kozen. Zo komt de voorkennis van de vorige lessen terug.

  3. 3. Uitleg: Van informatie naar conclusie

    Een conclusie is het antwoord op je onderzoeksvraag. Zeg ook hoe je het weet. Bijvoorbeeld: 'Wij ontdekten dat nepnieuws vaak geen maker noemt. We weten dat omdat twee van onze drie nepberichten geen naam hadden.'

    Voor de docent: Een conclusie heeft twee delen: wat je ontdekte en het bewijs. Doe het één keer hardop voor met het voorbeeld. Hulp: geef groepjes het schrijfkader 'Wij ontdekten dat ... We weten dat omdat ...'.

  4. 4. Open vraag: Onze conclusie

    Schrijf met je groepje jullie conclusie. Maak de zin af: 'Wij ontdekten dat ... We weten dat omdat ...'

    Voor de docent: Loop rond en vraag bij elk groepje: 'Hoe weten jullie dat?' Verrijking: laat sterke groepjes ook opschrijven wat ze nog níet weten en hoe ze dat zouden uitzoeken.

  5. 5. Meerkeuzevraag: Welke conclusie is het sterkst?

    Lees de drie conclusies. Welke is het sterkst?

    • Nepnieuws is overal, dus al het nieuws is nep.
    • Nepnieuws kun je vaak herkennen met de drie checkvragen; dat zagen we bij de berichten die we onderzochten.
    • Wij vinden nieuws niet leuk.

    Voor de docent: De denkfout: Een sterke conclusie past bij wat je echt hebt onderzocht en zegt waar je het bewijs vond. Bespreek waarom de twee andere conclusies zwak zijn: te groot (alles, iedereen) of alleen een mening zonder bewijs. Laat de groepjes daarna hun eigen conclusie nog één keer verbeteren.

  6. 6. Open vraag: Presenteren: vertel het een ander

    Vertel in drie zinnen aan een ander groepje: onze vraag, ons antwoord en hoe we het weten. Bedenk ook één tip voor andere kinderen op school.

    Voor de docent: Laat twee groepjes tegenover elkaar presenteren; dat gaat sneller en spannender dan voor de hele klas. De luisteraars stellen één vraag: 'Hoe weten jullie dat?'

  7. 7. Open vraag: Terugblik: feedback en feedforward

    Wat ging goed in ons onderzoek? En wat doe je bij het volgende project anders?

    Voor de docent: Feedback (wat ging goed) en feedforward (wat doe je volgende keer anders) sluiten het project af. Verzamel de tips en lees ze voor bij de start van het volgende project.

Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.