Alle lessen

Wie niet in het archief staat, was er mogelijk wel

Voorbeeldles · Geschiedenis · 35 min · 8 dia's

Afwezigheid in historische bronnen onderscheiden van afwezigheid in het verleden.

De dia's van deze les

  1. 1. Lesdoel en succescriteria: Wie niet in het archief staat, was er mogelijk wel

    Afwezigheid in historische bronnen onderscheiden van afwezigheid in het verleden.

    • Ik kan afwezigheid in historische bronnen onderscheiden van afwezigheid in het verleden.
    • Ik kan mijn antwoord met gegevens en een navolgbare redenering onderbouwen.
    • Ik kan een fout of aanname herkennen en mijn uitleg herzien.

    Voor de docent: Zelfgeschreven Nederlandstalig oefenmateriaal. Richtniveau en 35 minuten zijn didactische inschattingen, geen gevalideerde leerresultaten of curriculumcertificering. Bekijk inhoud en antwoordmodel voor je klas. De casussen en oefenmetingen zijn fictief of expliciete modellen. Maak een eigen lesvariant: Ontwerp een eigen, inhoudelijk andere bovenbouwles voor de aangegeven doelgroep bij Wie niet in het archief staat, was er mogelijk wel. Behoud het leerdoel, vermeld aannames en fictieve oefengegevens, reken het antwoordmodel onafhankelijk na en voeg steun, transfer en een meetbare eindcheck toe.

  2. 2. Uitleg: Onderzoekkaart

    Zelfgeschreven fictieve oefencasus of expliciet rekenmodel. Fictieve onderzoekscasus. Een historicus vindt 40 brieven van handelaren uit een havenstad rond 1700. De bewaarde collectie komt uit één familiearchief. Geen brief beschrijft het werk van kadehelpers uitvoerig. Een leerling concludeert dat kadehelpers nauwelijks bestonden. De collectie is geen willekeurige steekproef van alle inwoners of werkzaamheden.

    Voor de docent: Lees samen de casus. Laat leerlingen scheiden wat gegeven is en wat zij zelf aannemen. De onderzoekkaart wordt ook bij de opdrachten herhaald zodat leerlingen de gegevens kunnen teruglezen.

  3. 3. Meerkeuzevraag: Kies en controleer

    Welke conclusie past bij het ontbreken van beschrijvingen? Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven fictieve oefencasus of expliciet rekenmodel. Fictieve onderzoekscasus. Een historicus vindt 40 brieven van handelaren uit een havenstad rond 1700. De bewaarde collectie komt uit één familiearchief. Geen brief beschrijft het werk van kadehelpers uitvoerig. Een leerling concludeert dat kadehelpers nauwelijks bestonden. De collectie is geen willekeurige steekproef van alle inwoners of werkzaamheden.

    • De stad had zeker geen kadehelpers
    • Alle inwoners konden brieven schrijven
    • Veertig brieven vertegenwoordigen altijd de hele stad
    • Deze collectie geeft weinig direct inzicht in kadehelpers

    Voor de docent: Het onderwerp en de bewaargeschiedenis bepalen wat de collectie zichtbaar maakt. Stilte in dit archief bewijst geen afwezigheid in de stad. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  4. 4. Open vraag: Waarom past jouw keuze?

    Onderbouw je keuze met minstens één gegeven. Leg ook uit waarom één andere keuze niet past. Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven fictieve oefencasus of expliciet rekenmodel. Fictieve onderzoekscasus. Een historicus vindt 40 brieven van handelaren uit een havenstad rond 1700. De bewaarde collectie komt uit één familiearchief. Geen brief beschrijft het werk van kadehelpers uitvoerig. Een leerling concludeert dat kadehelpers nauwelijks bestonden. De collectie is geen willekeurige steekproef van alle inwoners of werkzaamheden.

    Voor de docent: Het onderwerp en de bewaargeschiedenis bepalen wat de collectie zichtbaar maakt. Stilte in dit archief bewijst geen afwezigheid in de stad. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  5. 5. Open vraag: Pas toe en onderbouw

    Noem twee aanvullende bronsoorten en leg uit wat je ermee zou onderzoeken. Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven fictieve oefencasus of expliciet rekenmodel. Fictieve onderzoekscasus. Een historicus vindt 40 brieven van handelaren uit een havenstad rond 1700. De bewaarde collectie komt uit één familiearchief. Geen brief beschrijft het werk van kadehelpers uitvoerig. Een leerling concludeert dat kadehelpers nauwelijks bestonden. De collectie is geen willekeurige steekproef van alle inwoners of werkzaamheden.

    Voor de docent: Bijvoorbeeld loon- of havenregisters voor werkregistratie en materiële of beeldbronnen voor werkomstandigheden. Bespreek steeds wie registreerde en welke arbeid buiten beeld bleef. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  6. 6. Spot de denkfout: Onderzoek een fictieve AI-redenering

    Een fictieve AI zegt: 'Wat niet schriftelijk voorkomt, heeft niet bestaan.' Wat miskent dit? Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven fictieve oefencasus of expliciet rekenmodel. Fictieve onderzoekscasus. Een historicus vindt 40 brieven van handelaren uit een havenstad rond 1700. De bewaarde collectie komt uit één familiearchief. Geen brief beschrijft het werk van kadehelpers uitvoerig. Een leerling concludeert dat kadehelpers nauwelijks bestonden. De collectie is geen willekeurige steekproef van alle inwoners of werkzaamheden.

    • Dat een brief een maker heeft
    • Dat brieven bewaard kunnen blijven
    • Dat een onderzoeksvraag nodig is
    • Selectie in productie, bewaring en ontsluiting van bronnen

    Voor de docent: De denkfout: Mensen lieten niet evenveel schriftelijke sporen na; bovendien is slechts een deel bewaard en gevonden. Onderzoek het selectieproces. Mensen lieten niet evenveel schriftelijke sporen na; bovendien is slechts een deel bewaard en gevonden. Onderzoek het selectieproces. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  7. 7. Open vraag: Denk verder: verander de situatie

    Vijftig extra brieven uit dezelfde familie geven evenmin details. Is het representativiteitsprobleem opgelost? Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven fictieve oefencasus of expliciet rekenmodel. Fictieve onderzoekscasus. Een historicus vindt 40 brieven van handelaren uit een havenstad rond 1700. De bewaarde collectie komt uit één familiearchief. Geen brief beschrijft het werk van kadehelpers uitvoerig. Een leerling concludeert dat kadehelpers nauwelijks bestonden. De collectie is geen willekeurige steekproef van alle inwoners of werkzaamheden.

    Voor de docent: Nee. Meer materiaal uit dezelfde selectieve collectie kan datzelfde perspectief versterken. Zoek aanvulling die een andere toegang tot de onderzoeksgroep biedt. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  8. 8. Open vraag: Terugblik: wat heb je herzien?

    Schrijf één inzicht op en onderbouw het met een voorbeeld uit de les. Welke aanname of fout kun je nu beter herkennen? Welke vraag heb je nog?

    Voor de docent: Zoek naar een vakspecifiek inzicht, een passend voorbeeld en een benoemde volgende vraag. Gebruik dit als exit ticket; zelfvertrouwen is geen vervanging voor inhoudelijk bewijs. Verder verdiepen voor de docent: https://www.canonvannederland.nl/

Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.