Wie antwoordde op de enquête?
Voorbeeldles · Praktijkonderzoek en communicatie · 15–25 min · 6 dia's
Een uitgewerkte, fictieve casus voor Hbo bachelor: Fictief praktijkonderzoek: 500 cliënten krijgen een uitnodiging voor een enquête. Er reageren 50 mensen. Van die respondenten zijn er 40 tevreden en 10 ontevreden. Over de 450 mens…
De dia's van deze les
1. Lesdoel en succescriteria: Een conclusie heeft bewijs nodig
We gebruiken een zelfgeschreven, fictieve casus. Onderzoek wat de bron wel en niet laat zien. Leg steeds uit waarom je iets denkt.
- Ik kan een uitspraak aan de bron toetsen
- Ik kan een redenering met bewijs verbeteren
Voor de docent: Voorbeeldles van Denkprikkel, circa 15 minuten. De organisatie is fictief. Lees vooraf de opdrachten en het antwoordmodel; pas woorden en ondersteuning aan jouw klas aan. De les is nog niet onafhankelijk door een vakdocent beoordeeld.
2. Uitleg: Bekijk de bron
Fictief praktijkonderzoek: 500 cliënten krijgen een uitnodiging voor een enquête. Er reageren 50 mensen. Van die respondenten zijn er 40 tevreden en 10 ontevreden. Over de 450 mensen die niet reageren zijn geen antwoorden beschikbaar.
Voor de docent: Laat leerlingen eerst zelf lezen, dan in tweetallen overleggen. Ondersteuning: laat gegevens markeren of teken de situatie. Maak onderscheid tussen een waarneming, een mening en een conclusie.
3. Meerkeuzevraag: Welke redenering past?
Welke rapportage houdt rekening met de non-respons?
- 80% van de respondenten is tevreden; het percentage onder alle cliënten is hiermee niet vastgesteld
- 80% van alle 500 cliënten is bewezen tevreden
- Iedereen die niet reageert is tevreden
Voor de docent: Laat eerst individueel kiezen en vraag daarna om een onderbouwing uit de bron. Antwoordmodel: 80% beschrijft de respondenten. Hun antwoorden hoeven niet representatief te zijn voor de niet-respondenten. Zonder aanvullende aannames kan het werkelijke aandeel tevreden cliënten in deze groep van 500 tussen 8% en 98% liggen: 40/500 tot (40+450)/500.
4. Spot de denkfout: Spot de AI-fout
Een verzonnen AI zegt: ‘40 van de 50 respondenten zijn tevreden, dus 80% van alle cliënten is tevreden.’ Welke stap is niet onderbouwd? Gebruik de bron om de redenering te verbeteren.
Voor de docent: De denkfout: 80% beschrijft de respondenten. Hun antwoorden hoeven niet representatief te zijn voor de niet-respondenten. Zonder aanvullende aannames kan het werkelijke aandeel tevreden cliënten in deze groep van 500 tussen 8% en 98% liggen: 40/500 tot (40+450)/500. Laat leerlingen het precieze probleem aanwijzen. Bespreek daarna expliciet de verbetering: de fout is opzettelijk in deze oefening opgenomen.
5. Open vraag: Onderzoek een stap verder
Schrijf een zorgvuldige conclusie voor een opdrachtgever. Welke vervolgactie helpt om de mogelijke non-responsbias te onderzoeken? Reken ook de uiterste grenzen na.
Voor de docent: Vermeld steekproefkader, respons van 10%, aantallen en beperking. Onderzoek bijvoorbeeld of bereikbaarheid of kenmerken van respondenten afwijken van die van de overige cliënten. De grenzen 8%–98% zijn uiterste mogelijkheden zonder extra aannames, geen statistisch betrouwbaarheidsinterval. Meer reacties garanderen op zichzelf geen representativiteit.
6. Open vraag: Jouw beter onderbouwde conclusie
Schrijf twee zinnen: ‘Uit de bron blijkt …’ en ‘We weten nog niet …’. Leg uit welke extra informatie jouw conclusie zou kunnen veranderen.
Voor de docent: Laat leerlingen hun eerste antwoord bijstellen. Geef feedback op bewijs en redenering, niet op snelheid. Vermeld steekproefkader, respons van 10%, aantallen en beperking. Onderzoek bijvoorbeeld of bereikbaarheid of kenmerken van respondenten afwijken van die van de overige cliënten. De grenzen 8%–98% zijn uiterste mogelijkheden zonder extra aannames, geen statistisch betrouwbaarheidsinterval. Meer reacties garanderen op zichzelf geen representativiteit.
Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.