Alle lessen

Van wie is het schoolplein?

Voorbeeldles · Burgerschap · 15–25 min · 6 dia's

Een uitgewerkte, fictieve casus voor Groep 7–8: Fictieve casus: een leerlingenraad wil een deel van het schoolplein verbouwen. Tien leden van de fietsclub worden ondervraagd. Acht willen meer fietsenrekken. Er zijn 240 leerlinge…

De dia's van deze les

  1. 1. Lesdoel en succescriteria: Een conclusie heeft bewijs nodig

    We gebruiken een zelfgeschreven, fictieve casus. Onderzoek wat de bron wel en niet laat zien. Leg steeds uit waarom je iets denkt.

    • Ik kan een uitspraak aan de bron toetsen
    • Ik kan een redenering met bewijs verbeteren

    Voor de docent: Voorbeeldles van Denkprikkel, circa 15 minuten. De organisatie is fictief. Lees vooraf de opdrachten en het antwoordmodel; pas woorden en ondersteuning aan jouw klas aan. De les is nog niet onafhankelijk door een vakdocent beoordeeld.

  2. 2. Uitleg: Bekijk de bron

    Fictieve casus: een leerlingenraad wil een deel van het schoolplein verbouwen. Tien leden van de fietsclub worden ondervraagd. Acht willen meer fietsenrekken. Er zijn 240 leerlingen op school. Leerlingen buiten de fietsclub is niets gevraagd.

    Voor de docent: Laat leerlingen eerst zelf lezen, dan in tweetallen overleggen. Ondersteuning: laat gegevens markeren of teken de situatie. Maak onderscheid tussen een waarneming, een mening en een conclusie.

  3. 3. Meerkeuzevraag: Welke redenering past?

    Welke conclusie kun je met deze antwoorden onderbouwen?

    • 80% van alle leerlingen wil meer fietsenrekken
    • Acht van de tien ondervraagde clubleden willen meer fietsenrekken
    • Leerlingen buiten de fietsclub willen zeker geen fietsenrekken

    Voor de docent: Laat eerst individueel kiezen en vraag daarna om een onderbouwing uit de bron. Antwoordmodel: De ondervraagde fietsclub vertegenwoordigt niet vanzelf de hele school. De voorkeuren van de andere leerlingen zijn onbekend. Ook de tegengestelde conclusie over die andere leerlingen is niet gerechtvaardigd.

  4. 4. Spot de denkfout: Spot de AI-fout

    Een verzonnen AI zegt: ‘80% van de fietsclub is voor, dus 80% van de hele school wil dit plan.’ Welke stap is niet onderbouwd? Gebruik de bron om de redenering te verbeteren.

    Voor de docent: De denkfout: De ondervraagde fietsclub vertegenwoordigt niet vanzelf de hele school. De voorkeuren van de andere leerlingen zijn onbekend. Ook de tegengestelde conclusie over die andere leerlingen is niet gerechtvaardigd. Laat leerlingen het precieze probleem aanwijzen. Bespreek daarna expliciet de verbetering: de fout is opzettelijk in deze oefening opgenomen.

  5. 5. Open vraag: Onderzoek een stap verder

    Hoe kun je ook leerlingen horen die niet bij de fietsclub zitten? Bedenk twee wensen die met elkaar kunnen botsen en leg uit hoe je die eerlijk bespreekt.

    Voor de docent: Een betere aanpak betrekt verschillende groepen en ook leerlingen die minder makkelijk hun mening geven. Denk aan fietsen stallen, groen en speelruimte. Benoem dat iedereen horen niet betekent dat iedere wens kan worden uitgevoerd. Meerdere goed onderbouwde afwegingen zijn mogelijk.

  6. 6. Open vraag: Jouw beter onderbouwde conclusie

    Schrijf twee zinnen: ‘Uit de bron blijkt …’ en ‘We weten nog niet …’. Leg uit welke extra informatie jouw conclusie zou kunnen veranderen.

    Voor de docent: Laat leerlingen hun eerste antwoord bijstellen. Geef feedback op bewijs en redenering, niet op snelheid. Een betere aanpak betrekt verschillende groepen en ook leerlingen die minder makkelijk hun mening geven. Denk aan fietsen stallen, groen en speelruimte. Benoem dat iedereen horen niet betekent dat iedere wens kan worden uitgevoerd. Meerdere goed onderbouwde afwegingen zijn mogelijk.

Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.