Alle lessen

Terugrijden in een plaats-tijdgrafiek

Voorbeeldles · Natuurkunde · 35 min · 8 dia's

Verplaatsing en afgelegde afstand onderscheiden met een plaats-tijdmodel.

De dia's van deze les

  1. 1. Lesdoel en succescriteria: Terugrijden in een plaats-tijdgrafiek

    Verplaatsing en afgelegde afstand onderscheiden met een plaats-tijdmodel.

    • Ik kan verplaatsing en afgelegde afstand onderscheiden met een plaats-tijdmodel.
    • Ik kan mijn antwoord met gegevens en een navolgbare redenering onderbouwen.
    • Ik kan een fout of aanname herkennen en mijn uitleg herzien.

    Voor de docent: Zelfgeschreven Nederlandstalig oefenmateriaal. Richtniveau en 35 minuten zijn didactische inschattingen, geen gevalideerde leerresultaten of curriculumcertificering. Bekijk inhoud en antwoordmodel voor je klas. De casussen en oefenmetingen zijn fictief of expliciete modellen. Maak een eigen lesvariant: Ontwerp een eigen, inhoudelijk andere bovenbouwles voor de aangegeven doelgroep bij Terugrijden in een plaats-tijdgrafiek. Behoud het leerdoel, vermeld aannames en fictieve oefengegevens, reken het antwoordmodel onafhankelijk na en voeg steun, transfer en een meetbare eindcheck toe.

  2. 2. Uitleg: Onderzoekkaart

    Zelfgeschreven fictieve oefencasus of expliciet rekenmodel. Fictief bewegingsmodel op één rechte lijn. Een kar begint bij x=0 m. Na 4 s staat hij bij x=12 m en na nog eens 2 s bij x=6 m. Tussen deze meetpunten is de snelheid constant. Positief is naar rechts; een negatief teken betekent naar links.

    Voor de docent: Lees samen de casus. Laat leerlingen scheiden wat gegeven is en wat zij zelf aannemen. De onderzoekkaart wordt ook bij de opdrachten herhaald zodat leerlingen de gegevens kunnen teruglezen.

  3. 3. Meerkeuzevraag: Kies en controleer

    Wat is de totale afgelegde afstand? Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven fictieve oefencasus of expliciet rekenmodel. Fictief bewegingsmodel op één rechte lijn. Een kar begint bij x=0 m. Na 4 s staat hij bij x=12 m en na nog eens 2 s bij x=6 m. Tussen deze meetpunten is de snelheid constant. Positief is naar rechts; een negatief teken betekent naar links.

    • 18 m
    • 6 m
    • 12 m
    • 24 m

    Voor de docent: Eerst 12 m naar rechts, daarna 6 m terug: afstand 18 m. De verplaatsing is 6−0=6 m. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  4. 4. Open vraag: Waarom past jouw keuze?

    Onderbouw je keuze met minstens één gegeven. Leg ook uit waarom één andere keuze niet past. Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven fictieve oefencasus of expliciet rekenmodel. Fictief bewegingsmodel op één rechte lijn. Een kar begint bij x=0 m. Na 4 s staat hij bij x=12 m en na nog eens 2 s bij x=6 m. Tussen deze meetpunten is de snelheid constant. Positief is naar rechts; een negatief teken betekent naar links.

    Voor de docent: Eerst 12 m naar rechts, daarna 6 m terug: afstand 18 m. De verplaatsing is 6−0=6 m. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  5. 5. Open vraag: Pas toe en onderbouw

    Bereken de gemiddelde snelheid mét richting over alle 6 seconden. Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven fictieve oefencasus of expliciet rekenmodel. Fictief bewegingsmodel op één rechte lijn. Een kar begint bij x=0 m. Na 4 s staat hij bij x=12 m en na nog eens 2 s bij x=6 m. Tussen deze meetpunten is de snelheid constant. Positief is naar rechts; een negatief teken betekent naar links.

    Voor de docent: Gemiddelde snelheid is verplaatsing/tijd: 6/6=+1 m/s. De gemiddelde grootte van de snelheid over de route is 18/6=3 m/s; dat is een andere grootheid. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  6. 6. Spot de denkfout: Onderzoek een fictieve AI-redenering

    Een fictieve AI zegt: 'De kar rijdt terug, dus de afgelegde afstand wordt kleiner.' Welke grootheid kan hier kleiner worden? Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven fictieve oefencasus of expliciet rekenmodel. Fictief bewegingsmodel op één rechte lijn. Een kar begint bij x=0 m. Na 4 s staat hij bij x=12 m en na nog eens 2 s bij x=6 m. Tussen deze meetpunten is de snelheid constant. Positief is naar rechts; een negatief teken betekent naar links.

    • De positie x
    • De al afgelegde totale afstand
    • De verstreken tijd
    • De duur van het eerste traject

    Voor de docent: De denkfout: De positie daalt van 12 naar 6 m. Afgelegde afstand telt de lengte van beide trajecten op en neemt niet af. De positie daalt van 12 naar 6 m. Afgelegde afstand telt de lengte van beide trajecten op en neemt niet af. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  7. 7. Open vraag: Denk verder: verander de situatie

    De kar komt in de laatste 2 s terug bij x=0 in plaats van x=6. Wat verandert? Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven fictieve oefencasus of expliciet rekenmodel. Fictief bewegingsmodel op één rechte lijn. Een kar begint bij x=0 m. Na 4 s staat hij bij x=12 m en na nog eens 2 s bij x=6 m. Tussen deze meetpunten is de snelheid constant. Positief is naar rechts; een negatief teken betekent naar links.

    Voor de docent: De verplaatsing en gemiddelde snelheid worden nul. De afstand is 12+12=24 m en de gemiddelde grootte 4 m/s. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  8. 8. Open vraag: Terugblik: wat heb je herzien?

    Schrijf één inzicht op en onderbouw het met een voorbeeld uit de les. Welke aanname of fout kun je nu beter herkennen? Welke vraag heb je nog?

    Voor de docent: Zoek naar een vakspecifiek inzicht, een passend voorbeeld en een benoemde volgende vraag. Gebruik dit als exit ticket; zelfvertrouwen is geen vervanging voor inhoudelijk bewijs. Verder verdiepen voor de docent: https://www.slo.nl/sectoren/havo-vwo/natuurkunde-havo-vwo/bovenbouw/

Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.