Alle lessen

Terug naar de oude prijs

Voorbeeldles · Rekenen en wiskunde · 35 min · 8 dia's

Percentages koppelen aan het bedrag waarover ze worden berekend.

De dia's van deze les

  1. 1. Lesdoel en succescriteria: Terug naar de oude prijs

    Percentages koppelen aan het bedrag waarover ze worden berekend.

    • Ik kan percentages koppelen aan het bedrag waarover ze worden berekend.
    • Ik kan mijn antwoord met gegevens en een navolgbare redenering onderbouwen.
    • Ik kan een fout of aanname herkennen en mijn uitleg herzien.

    Voor de docent: Zelfgeschreven Nederlandstalig oefenmateriaal. Richtniveau en 35 minuten zijn didactische inschattingen, geen gevalideerde leerresultaten of curriculumcertificering. Bekijk inhoud en antwoordmodel voor je klas. De casussen en oefenmetingen zijn fictief of expliciete modellen.

  2. 2. Uitleg: Onderzoekkaart

    Fictieve winkel: een tas kost eerst €20 en in de aanbieding €16. Na de aanbieding wordt de prijs weer €20. Een procentuele daling en stijging hoeven niet hetzelfde percentage te hebben, omdat het beginbedrag verandert.

    Voor de docent: Lees samen de casus. Laat leerlingen scheiden wat gegeven is en wat zij zelf aannemen. De onderzoekkaart wordt ook bij de opdrachten herhaald zodat leerlingen de gegevens kunnen teruglezen.

  3. 3. Meerkeuzevraag: Kies en controleer

    Hoeveel procent korting is de daling van €20 naar €16? Gegevens bij deze opdracht Fictieve winkel: een tas kost eerst €20 en in de aanbieding €16. Na de aanbieding wordt de prijs weer €20. Een procentuele daling en stijging hoeven niet hetzelfde percentage te hebben, omdat het beginbedrag verandert.

    • 4%
    • 16%
    • 20%
    • 25%

    Voor de docent: De korting is €4 van de oorspronkelijke €20: 4/20 × 100% = 20%. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  4. 4. Open vraag: Waarom past jouw keuze?

    Onderbouw je keuze met minstens één gegeven. Leg ook uit waarom één andere keuze niet past. Gegevens bij deze opdracht Fictieve winkel: een tas kost eerst €20 en in de aanbieding €16. Na de aanbieding wordt de prijs weer €20. Een procentuele daling en stijging hoeven niet hetzelfde percentage te hebben, omdat het beginbedrag verandert.

    Voor de docent: De korting is €4 van de oorspronkelijke €20: 4/20 × 100% = 20%. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  5. 5. Open vraag: Pas toe en onderbouw

    Bereken hoeveel procent de prijs van €16 moet stijgen om weer €20 te worden. Leg uit waarom dit niet 20% is. Gegevens bij deze opdracht Fictieve winkel: een tas kost eerst €20 en in de aanbieding €16. Na de aanbieding wordt de prijs weer €20. Een procentuele daling en stijging hoeven niet hetzelfde percentage te hebben, omdat het beginbedrag verandert.

    Voor de docent: De stijging is €4 van €16: 4/16 × 100% = 25%. Hetzelfde verschil in euro’s wordt nu vergeleken met een kleiner beginbedrag. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  6. 6. Spot de denkfout: Onderzoek een fictieve AI-redenering

    Een fictieve AI zegt: “20% omlaag en daarna 20% omhoog brengt elke prijs terug.” Wat gebeurt bij €20? Gegevens bij deze opdracht Fictieve winkel: een tas kost eerst €20 en in de aanbieding €16. Na de aanbieding wordt de prijs weer €20. Een procentuele daling en stijging hoeven niet hetzelfde percentage te hebben, omdat het beginbedrag verandert.

    • De prijs wordt €19,20
    • De prijs wordt €20
    • De prijs wordt €24
    • De prijs wordt €16

    Voor de docent: De denkfout: €20 × 0,8 = €16; €16 × 1,2 = €19,20. De tweede 20% gaat over €16 en is €3,20, niet €4. €20 × 0,8 = €16; €16 × 1,2 = €19,20. De tweede 20% gaat over €16 en is €3,20, niet €4. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  7. 7. Open vraag: Denk verder: verander de situatie

    Maak een reclamezin over de aanbieding die precies klopt, en een misleidende zin. Leg het verschil uit. Gegevens bij deze opdracht Fictieve winkel: een tas kost eerst €20 en in de aanbieding €16. Na de aanbieding wordt de prijs weer €20. Een procentuele daling en stijging hoeven niet hetzelfde percentage te hebben, omdat het beginbedrag verandert.

    Voor de docent: Correct: €4 korting op een tas van €20, dus 20% korting. Misleidend: na deze korting is 20% verhogen genoeg om terug te zijn. Benoem welk basisbedrag iedere zin gebruikt. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  8. 8. Open vraag: Terugblik: wat heb je herzien?

    Schrijf één inzicht op en onderbouw het met een voorbeeld uit de les. Welke aanname of fout kun je nu beter herkennen? Welke vraag heb je nog?

    Voor de docent: Zoek naar een vakspecifiek inzicht, een passend voorbeeld en een benoemde volgende vraag. Gebruik dit als exit ticket; zelfvertrouwen is geen vervanging voor inhoudelijk bewijs. Verder verdiepen voor de docent: https://www.slo.nl/

Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.