Socratisch gesprek: lesopzet
Onderwijsconcept · Alle vakken · 30–45 min · 6 dia's
Een prikkelende stelling, geen gemakkelijke antwoorden: leerlingen onderzoeken samen wat ze écht denken — en waarom. Jij stelt alleen maar vragen. Bij dilemma's, maatschappelijke thema's of stof waar geen eenduidig antwoord bestaat.
De dia's van deze les
1. Lesdoel en succescriteria: Het gesprek van vandaag
We gaan niet zoeken naar hét antwoord, maar naar het beste denken over het leeronderwerp van vandaag. Regel: jij beargumenteert, ik vraag alleen door.
- Ik kan mijn standpunt met een argument onderbouwen
- Ik kan scherp luisteren en op andermans redenering doorvragen
- Ik durf mijn standpunt te herzien als het argument beter is
Voor de docent: Leg de gespreksregels uit: geen handen omhoog bij elkaar, wél reageren op elkaar ('Ik bouw voort op…', 'Ik daag uit want…'). Jij bent stoel, niet spreker.
2. Uitleg: De prikkel
Een stelling over het leeronderwerp van vandaag die schuren moet.
Voor de docent: Kies een stelling die écht tweedeling oproept in déze groep. Lees hem twee keer voor en zeg dan niets meer — de stilte is het begin van het denken.
3. Open vraag: Je eerste ingeving
Wat denk je: mee eens of niet — en wat is je sterkste eerste argument?
Voor de docent: Iedereen schrijft eerst (2 min). Zo komt elke leerling met een eigen positie in het gesprek in plaats van mee te liften met de hardsten. (Hulp: geef wie vastzit een zinsbegin: 'Ik ben het eens/oneens, omdat…'. Verrijking: laat sterke denkers ook het sterkste tegenargument opschrijven.)
4. Schaalvraag: Waar sta je?
Plaats jezelf op de lijn: van helemaal oneens tot helemaal eens.
Voor de docent: Laat uitersten hun positie verdedigen en vraag het midden: 'Wat moet er gebeuren om jou één stap te verplaatsen?' Verschuiven mag altijd — dát is het leren.
5. Open vraag: Doorvragen: hoe weet je dat?
Noem een voorbeeld of tegenvoorbeeld dat je standpunt test.
Voor de docent: Vraag door op drie manieren (vrij naar de Socratische vraagtypen van Paul en Elder): om verduidelijking ('Wat bedoel je met…?'), om bewijs ('Hoe weet je dat?') en om een ander perspectief ('Hoe zou een tegenstander hierop reageren?').
6. Open vraag: Synthese
Wat is nu, na dit gesprek, jouw scherpste gedachte — en welke vraag blijft open?
Voor de docent: Sluit niet af met jóúw mening. De open vraag van de klas is het uitstapje naar de volgende les of een verdiepende opdracht.
Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.