Kritisch kijken naar AI
Voorbeeldles · Mediawijsheid · 25–40 min · 5 dia's
Aan het einde van de les kun je benoemen wat een AI-systeem wél en niet kan, en waarom je antwoorden van AI altijd moet controleren. Een complete les voor vo / mbo.
De dia's van deze les
1. Lesdoel en succescriteria: Kritisch kijken naar AI
Aan het einde van de les kun je benoemen wat een AI-systeem wél en niet kan, en waarom je antwoorden van AI altijd moet controleren.
- Ik kan uitleggen dat AI patronen herhaalt in plaats van begrijpt
- Ik kan minstens twee redenen noemen om AI-antwoorden te checken
Voor de docent: Fase: orientatie (EDI). Vervolgvraag 1: 'Waar gebruik jij AI voor?' Vervolgvraag 2: 'Vertrouw je het antwoord meteen?'
2. Uitleg: Hoe 'denkt' AI?
Een taalmodel voorspelt welk woord waarschijnlijk als volgende komt, op basis van enorm veel tekst. Het model begrijpt niet zoals een mens — het reproduceert patronen.
Voor de docent: Fase: instructie. Vervolgvraag 1: 'Wat betekent waarschijnlijk hier?' Vervolgvraag 2: 'Wat gebeurt er als de trainingsvoorbeelden fouten bevatten?'
3. Meerkeuzevraag: Wat is het grote risico?
Een AI schrijft een vlotte, overtuigend klinkend antwoord op je vraag. Wat is het grootste risico?
- De AI is altijd te traag
- De AI kan zelfverzekerd onzin produceren
- De AI werkt alleen offline
- De AI kent maar drie talen
Voor de docent: Fase: verwerking. Bespreek waarom elk fout antwoord aantrekkelijk lijkt. Vervolgvraag 1: 'Waarom klinkt een fout antwoord toch geloofwaardig?' Vervolgvraag 2: 'Welke bron gebruik je om te checken?'
4. Spot de denkfout: Spot de AI-denkfout
Je vraagt aan een AI hoeveel inwoners Maastricht heeft. Het antwoord klinkt precies en betrouwbaar, maar het cijfer is verouderd. Waar zit het probleem?
Voor de docent: De denkfout: Klinkend precies is niet hetzelfde als actueel en correct. AI kan verouderde of verzonnen informatie zelfverzekerd presenteren — altijd verifiëren met een betrouwbare bron. Fase: verwerking. Vervolgvraag 1: 'Hoe had je dit kunnen voorkomen?' Vervolgvraag 2: 'Welke vragen kun je wél zonder check stellen?'
5. Open vraag: Wanneer vertrouw jij AI?
Beschrijf een situatie waarin je een AI-antwoord wél en een situatie waarin je het níét direct zou vertrouwen. Leg uit waarom.
Voor de docent: Fase: afsluiting. Vervolgvraag 1: 'Wat is het verschil tussen die twee situaties?' Vervolgvraag 2: 'Welke vuistregel neem je mee?'
Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.