Iedereen iemand, of één voor iedereen?
Voorbeeldles · Logica · 35 min · 8 dia's
De volgorde van “iedereen” en “er is iemand” onderzoeken met een model.
De dia's van deze les
1. Lesdoel en succescriteria: Iedereen iemand, of één voor iedereen?
De volgorde van “iedereen” en “er is iemand” onderzoeken met een model.
- Ik kan de volgorde van “iedereen” en “er is iemand” onderzoeken met een model.
- Ik kan mijn antwoord met gegevens en een navolgbare redenering onderbouwen.
- Ik kan een fout of aanname herkennen en mijn uitleg herzien.
Voor de docent: Zelfgeschreven Nederlandstalig oefenmateriaal. Richtniveau en 35 minuten zijn didactische inschattingen, geen gevalideerde leerresultaten of curriculumcertificering. Bekijk inhoud en antwoordmodel voor je klas. De casussen en oefenmetingen zijn fictief of expliciete modellen.
2. Uitleg: Onderzoekkaart
Fictieve klas: Aya helpt Bo, Bo helpt Cem en Cem helpt Aya. Dit zijn alle hulpverbindingen. Iedereen helpt dus iemand. We onderzoeken ook de andere uitspraak: “Er is één persoon die door iedereen geholpen wordt.”
Voor de docent: Lees samen de casus. Laat leerlingen scheiden wat gegeven is en wat zij zelf aannemen. De onderzoekkaart wordt ook bij de opdrachten herhaald zodat leerlingen de gegevens kunnen teruglezen.
3. Meerkeuzevraag: Kies en controleer
Welke conclusie klopt voor dit model? Gegevens bij deze opdracht Fictieve klas: Aya helpt Bo, Bo helpt Cem en Cem helpt Aya. Dit zijn alle hulpverbindingen. Iedereen helpt dus iemand. We onderzoeken ook de andere uitspraak: “Er is één persoon die door iedereen geholpen wordt.”
- Alleen iedereen helpt iemand is waar
- Beide uitspraken zijn waar
- Niemand helpt iemand
- Eén persoon ontvangt alle hulp
Voor de docent: Elke persoon geeft hulp aan iemand, maar elke ontvanger krijgt slechts hulp van één ander. Er is geen ontvanger die door alle drie geholpen wordt. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
4. Open vraag: Waarom past jouw keuze?
Onderbouw je keuze met minstens één gegeven. Leg ook uit waarom één andere keuze niet past. Gegevens bij deze opdracht Fictieve klas: Aya helpt Bo, Bo helpt Cem en Cem helpt Aya. Dit zijn alle hulpverbindingen. Iedereen helpt dus iemand. We onderzoeken ook de andere uitspraak: “Er is één persoon die door iedereen geholpen wordt.”
Voor de docent: Elke persoon geeft hulp aan iemand, maar elke ontvanger krijgt slechts hulp van één ander. Er is geen ontvanger die door alle drie geholpen wordt. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
5. Open vraag: Pas toe en onderbouw
Teken de pijlen en leg in eigen woorden het verschil tussen beide uitspraken uit. Gegevens bij deze opdracht Fictieve klas: Aya helpt Bo, Bo helpt Cem en Cem helpt Aya. Dit zijn alle hulpverbindingen. Iedereen helpt dus iemand. We onderzoeken ook de andere uitspraak: “Er is één persoon die door iedereen geholpen wordt.”
Voor de docent: Iedereen helpt iemand laat per helper een andere ontvanger toe. Eén ontvanger voor iedereen vraagt dat alle pijlen naar dezelfde persoon gaan. Een duidelijk pijlenmodel ondersteunt de uitleg. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
6. Spot de denkfout: Onderzoek een fictieve AI-redenering
Een fictieve AI zegt: “Iedereen heeft een favoriete website, dus er is één website die iedereen favoriet vindt.” Welke fout is vergelijkbaar? Gegevens bij deze opdracht Fictieve klas: Aya helpt Bo, Bo helpt Cem en Cem helpt Aya. Dit zijn alle hulpverbindingen. Iedereen helpt dus iemand. We onderzoeken ook de andere uitspraak: “Er is één persoon die door iedereen geholpen wordt.”
- Websites kunnen nooit favoriet zijn
- Er bestaat geen internet
- Verschillende personen hoeven niet dezelfde keuze te hebben
- Iedereen betekent precies twee personen
Voor de docent: De denkfout: De AI verwisselt voor iedereen een mogelijke eigen keuze met één gedeelde keuze voor iedereen. Een tegenvoorbeeld met verschillende favorieten volstaat. De AI verwisselt voor iedereen een mogelijke eigen keuze met één gedeelde keuze voor iedereen. Een tegenvoorbeeld met verschillende favorieten volstaat. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
7. Open vraag: Denk verder: verander de situatie
Verander de hulpverbindingen zodat er wel één ontvanger voor iedereen is. Voeg zo nodig een vierde persoon toe. Gegevens bij deze opdracht Fictieve klas: Aya helpt Bo, Bo helpt Cem en Cem helpt Aya. Dit zijn alle hulpverbindingen. Iedereen helpt dus iemand. We onderzoeken ook de andere uitspraak: “Er is één persoon die door iedereen geholpen wordt.”
Voor de docent: Voeg bijvoorbeeld Noor toe en laat Aya, Bo, Cem én Noor allemaal Noor helpen, als zelfhulp in het model is toegestaan. Of definieer expliciet alleen de drie oorspronkelijke helpers en laat alle drie Noor helpen. Benoem wie “iedereen” omvat. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
8. Open vraag: Terugblik: wat heb je herzien?
Schrijf één inzicht op en onderbouw het met een voorbeeld uit de les. Welke aanname of fout kun je nu beter herkennen? Welke vraag heb je nog?
Voor de docent: Zoek naar een vakspecifiek inzicht, een passend voorbeeld en een benoemde volgende vraag. Gebruik dit als exit ticket; zelfvertrouwen is geen vervanging voor inhoudelijk bewijs. Verder verdiepen voor de docent: https://www.slo.nl/
Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.