Alle lessen

Formatief handelen: lesopzet

Onderwijsconcept · Alle vakken · 40–50 min · 7 dia's

De drie vragen van Hattie en Timperley als ruggengraat: waar ga ik naartoe (feed up), hoe sta ik ervoor (feedback) en wat is mijn volgende stap (feedforward)? Met korte meetmomenten zie je wie het snapt en stuur je bij terwijl het nog kan. Als je zeker wilt weten dat de stof landt, of na een eerdere toets met spreiding.

De dia's van deze les

  1. 1. Lesdoel en succescriteria: Feed up: waar gaan we naartoe?

    Aan het einde van deze les kun je het leeronderwerp van vandaag toepassen. Aan deze criteria zie je zelf of het je gelukt is — we meten onderweg steeds even waar je staat.

    • Ik kan in eigen woorden uitleggen wat het leeronderwerp van vandaag is
    • Ik kan het leeronderwerp van vandaag toepassen op een nieuwe opgave
    • Ik kan uitleggen waarom een veelgemaakte fout niet klopt

    Voor de docent: Feed up (Hattie & Timperley: 'Waar ga ik naartoe?') en Wiliams eerste strategie: leerdoelen en succescriteria verhelderen en delen. Laat zo mogelijk een voorbeeld van goed werk zien en bespreek wat het goed maakt. Benoem dat meten hier geen cijfer is, maar informatie.

  2. 2. Meerkeuzevraag: Startmeting: wat weet je al?

    Deze vraag meet je voorkennis. Fout antwoorden is hier prima — het laat zien waar de les moet beginnen.

    • A
    • B
    • C
    • D

    Voor de docent: Bewijs van leren verzamelen (Wiliam, strategie 2). Pas de opties aan naar jouw stof. >80% goed? Versnel naar toepassen. <50%? Begin bij de basis. Maak de uitslag zichtbaar en bespreek hem kort.

  3. 3. Uitleg: Kern van de stof

    De essentie van het leeronderwerp van vandaag in één overzicht.

    Voor de docent: Houd de instructie kort (max. 10 minuten): het gewicht van deze les ligt op meten, feedback en bijsturen, niet op het hoorcollege. Verwijs tijdens de uitleg naar de succescriteria.

  4. 4. Meerkeuzevraag: Scharniervraag: snapt iedereen het?

    Check jezelf met deze vraag voordat we verder gaan.

    • A
    • B
    • C
    • D

    Voor de docent: Een scharniervraag (hinge question, Wiliam): elke foute optie staat voor een bekende misvatting, zodat je aan de keuze ziet wát er misgaat. Besluit binnen een minuut: verder, of eerst de misvatting bespreken. De vraag is niet 'wie heeft het goed?' maar 'waarom kozen de anderen dit?'

  5. 5. Open vraag: Feedback: hoe sta ik ervoor?

    Leg je antwoord naast de succescriteria. Welk criterium lukt al? Bij welk criterium twijfel je nog — en waarom?

    Voor de docent: Feedback (Hattie & Timperley: 'Hoe sta ik ervoor?') gaat over de afstand tussen wat de leerling nu kan en het doel. Geef feedback op de taak, de aanpak en het eigen leren — niet op de persoon ('goed zo, slim!'). Gebruik de antwoorden om te zien welk criterium voor de klas het lastigst is.

  6. 6. Open vraag: Feedforward: wat is mijn volgende stap?

    Schrijf je volgende stap op: wat ga je nu doen om het volgende criterium te halen? Kies: nog eens oefenen met hulp, zelfstandig oefenen, of een moeilijkere opgave.

    Voor de docent: Feedforward (Hattie & Timperley: 'Wat is mijn volgende stap?') maakt feedback bruikbaar. Wiliam, strategie 4 en 5: leerlingen als bron voor elkaar (wie het snapt, legt het uit aan wie het nog zoekt) en als eigenaar van hun leren. Zorg dat elke route echt klaarligt, en loop eerst langs bij wie hulp kiest.

  7. 7. Meerkeuzevraag: Eindcheck: ben je er?

    Laatste meting van vandaag. Vergelijk je antwoord met de startmeting: dat is je groei.

    • A
    • B
    • C
    • D

    Voor de docent: Sluit de cyclus: vergelijk start- en eindmeting en kijk terug op de succescriteria. De uitslag is ook feedforward voor jou: wat doe je morgen anders (zie het tabblad Resultaten en de evaluatiecoach)?

Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.