Alle lessen

Eerlijk delen (les 1): Verwonderen en onderzoeksvraag

Project basisonderwijs · Burgerschap · 45–60 min · 7 dia's

Een project over eerlijkheid. Kinderen onderzoeken wat 'eerlijk' betekent, interviewen andere kinderen en doen een voorstel aan de groep of leerlingenraad. Past bij burgerschap. Les 1 van 3, voor groep 5-8.

Dit project bestaat uit 3 lessen:

  1. Les 1: Verwonderen en onderzoeksvraag
  2. Les 2: Interviewen: spot de denkfout
  3. Les 3: Conclusie, voorstel en terugblikken

De dia's van deze les

  1. 1. Lesdoel en succescriteria: Les 1: wat is eerlijk?

    We starten een onderzoek: wat vinden kinderen eerlijk delen?

    • Ik kan uitleggen dat eerlijk niet altijd hetzelfde is als gelijk
    • Ik kan luisteren naar een mening die anders is dan de mijne
    • Ik kan met mijn groepje een onderzoeksvraag over eerlijk delen maken

    Voor de docent: Koppel alle drie de lessen aan dezelfde klas: bij Klassen zie je dan de voortgang over het hele project.

  2. 2. Schaalvraag: Is dit eerlijk?

    De juf deelt snoepjes uit: iedereen krijgt er precies evenveel. Hoe eerlijk vind jij dat? 1 = niet eerlijk, 10 = heel eerlijk.

    Voor de docent: Laat zien hoe verschillend de klas antwoordt. Vraag een kind met een hoge en een kind met een lage score waarom. Er is geen fout antwoord.

  3. 3. Open vraag: Verwonderen

    Mila heeft heel veel honger, want ze had geen ontbijt. Tim heeft net gegeten. Moeten ze toch precies evenveel krijgen? Waarom wel of niet?

    Voor de docent: Dit is het verwondermoment: 'gelijk' en 'eerlijk' botsen. Hulp: geef een zinsbegin ('Ik vind dat ... want ...'). Let op een veilige sfeer: we praten over Mila en Tim, niet over kinderen in de klas.

  4. 4. Uitleg: Gelijk of eerlijk?

    Gelijk delen: iedereen krijgt hetzelfde. Eerlijk delen kan ook betekenen: iedereen krijgt wat hij nodig heeft. Mensen denken hier verschillend over, en dat mag.

    Voor de docent: Laat het klassieke plaatje zien van drie kinderen achter een hek op kratjes, of teken het op het bord. Benoem dat in een democratie mensen hier samen over praten en kiezen.

  5. 5. Meerkeuzevraag: Welke vraag kun je onderzoeken?

    Welke van deze vragen is een goede onderzoeksvraag?

    • Is snoep lekker?
    • Wat vinden kinderen op onze school een eerlijke manier om het buitenspeelgoed te verdelen?
    • Wie is de baas?

    Voor de docent: De denkfout: Een goede onderzoeksvraag kun je uitzoeken, bijvoorbeeld door mensen te vragen wat ze vinden. Kiezen kinderen 'Wie is de baas?', bespreek dan dat je bij een onderzoeksvraag informatie verzamelt. Geef verlengde instructie aan de instructietafel voordat de groepjes zelf een vraag maken.

  6. 6. Open vraag: Onze onderzoeksvraag

    Maak met je groepje een onderzoeksvraag over eerlijk delen op school. Denk aan buitenspeelgoed, beurten, de computer of de klassendienst.

    Voor de docent: Kies onderwerpen die echt op school spelen; dan kan het project eindigen met een echt voorstel. Verrijking: laat groepjes ook bedenken wie ze willen interviewen.

  7. 7. Open vraag: Wat vind jij nu?

    Vind jij eerlijk hetzelfde als gelijk? Schrijf in één zin wat jij nu denkt.

    Voor de docent: Bewaar deze antwoorden. In les 3 kijken de kinderen of hun mening door het onderzoek is veranderd.

Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.