Alle lessen

Een persoon aanvallen is nog geen argument

Voorbeeldles · Taal en begrijpend lezen · 35 min · 8 dia's

Een standpunt, argument, tegenargument en persoonlijke aanval onderscheiden.

De dia's van deze les

  1. 1. Lesdoel en succescriteria: Een persoon aanvallen is nog geen argument

    Een standpunt, argument, tegenargument en persoonlijke aanval onderscheiden.

    • Ik kan een standpunt, argument, tegenargument en persoonlijke aanval onderscheiden.
    • Ik kan mijn antwoord met gegevens en een navolgbare redenering onderbouwen.
    • Ik kan een fout of aanname herkennen en mijn uitleg herzien.

    Voor de docent: Zelfgeschreven Nederlandstalig oefenmateriaal. Richtniveau en 35 minuten zijn didactische inschattingen, geen gevalideerde leerresultaten of curriculumcertificering. Bekijk inhoud en antwoordmodel voor je klas. De casussen en oefenmetingen zijn fictief of expliciete modellen.

  2. 2. Uitleg: Onderzoekkaart

    Zelfgeschreven debat: De leerlingenraad bespreekt telefoonvrije pauzes. Mira zegt: “We moeten één pauze zonder telefoon proberen, zodat we kunnen onderzoeken of leerlingen meer samen praten.” Joep reageert: “Mira is zelf vaak stil, dus haar voorstel is slecht.” Er is nog geen onderzoek op deze school gedaan.

    Voor de docent: Lees samen de casus. Laat leerlingen scheiden wat gegeven is en wat zij zelf aannemen. De onderzoekkaart wordt ook bij de opdrachten herhaald zodat leerlingen de gegevens kunnen teruglezen.

  3. 3. Meerkeuzevraag: Kies en controleer

    Welke reactie onderzoekt het voorstel inhoudelijk? Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven debat: De leerlingenraad bespreekt telefoonvrije pauzes. Mira zegt: “We moeten één pauze zonder telefoon proberen, zodat we kunnen onderzoeken of leerlingen meer samen praten.” Joep reageert: “Mira is zelf vaak stil, dus haar voorstel is slecht.” Er is nog geen onderzoek op deze school gedaan.

    • Welke uitkomst meten we bij een proef en waarmee vergelijken we die?
    • Mira is stil dus het voorstel is fout
    • Het voorstel klopt omdat de meeste leerlingen ervoor zijn
    • Het voorstel klopt omdat Mira het zegt

    Voor de docent: Een meetbare proef en vergelijking richten zich op de werking van het voorstel. Persoonlijke kenmerken bewijzen niet of het idee werkt. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  4. 4. Open vraag: Waarom past jouw keuze?

    Onderbouw je keuze met minstens één gegeven. Leg ook uit waarom één andere keuze niet past. Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven debat: De leerlingenraad bespreekt telefoonvrije pauzes. Mira zegt: “We moeten één pauze zonder telefoon proberen, zodat we kunnen onderzoeken of leerlingen meer samen praten.” Joep reageert: “Mira is zelf vaak stil, dus haar voorstel is slecht.” Er is nog geen onderzoek op deze school gedaan.

    Voor de docent: Een meetbare proef en vergelijking richten zich op de werking van het voorstel. Persoonlijke kenmerken bewijzen niet of het idee werkt. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  5. 5. Open vraag: Pas toe en onderbouw

    Schrijf een sterk tegenargument en een eerlijke reactie daarop, zonder iemand te beoordelen. Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven debat: De leerlingenraad bespreekt telefoonvrije pauzes. Mira zegt: “We moeten één pauze zonder telefoon proberen, zodat we kunnen onderzoeken of leerlingen meer samen praten.” Joep reageert: “Mira is zelf vaak stil, dus haar voorstel is slecht.” Er is nog geen onderzoek op deze school gedaan.

    Voor de docent: Bijvoorbeeld: een telefoon kan nodig zijn voor contact of toegankelijkheid. Reactie: onderzoek uitzonderingen en vrijwillige alternatieven in de proef. Beoordeel relevantie, onderbouwing en omgang met een tegenargument, niet de gekozen mening. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  6. 6. Spot de denkfout: Onderzoek een fictieve AI-redenering

    Een fictieve AI zegt: “Iedereen is het eens, dus bewijs is niet nodig.” Welke denkfout dreigt? Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven debat: De leerlingenraad bespreekt telefoonvrije pauzes. Mira zegt: “We moeten één pauze zonder telefoon proberen, zodat we kunnen onderzoeken of leerlingen meer samen praten.” Joep reageert: “Mira is zelf vaak stil, dus haar voorstel is slecht.” Er is nog geen onderzoek op deze school gedaan.

    • Steun is hetzelfde als een gemeten effect
    • De grootste groep heeft noodzakelijk de beste voorspelling
    • Populariteit wordt behandeld als bewijs voor werking
    • Een proef is overbodig zodra een voorstel aantrekkelijk klinkt

    Voor de docent: De denkfout: Veel steun kan belangrijk zijn voor draagvlak, maar toont nog niet het beoogde effect. Een conclusie over werking vraagt passende gegevens. Veel steun kan belangrijk zijn voor draagvlak, maar toont nog niet het beoogde effect. Een conclusie over werking vraagt passende gegevens. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  7. 7. Open vraag: Denk verder: verander de situatie

    Ontwerp een proef van een week met één uitkomstmaat en één beperking van de meting. Gegevens bij deze opdracht Zelfgeschreven debat: De leerlingenraad bespreekt telefoonvrije pauzes. Mira zegt: “We moeten één pauze zonder telefoon proberen, zodat we kunnen onderzoeken of leerlingen meer samen praten.” Joep reageert: “Mira is zelf vaak stil, dus haar voorstel is slecht.” Er is nog geen onderzoek op deze school gedaan.

    Voor de docent: Bijvoorbeeld anonieme korte observaties van gezamenlijke activiteiten vergelijken met een eerdere week. Beperkingen: weer, roosters en observatoroordeel kunnen meespelen. Vermijd onnodige leerlingnamen en trek geen zekerheid uit één week. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?

  8. 8. Open vraag: Terugblik: wat heb je herzien?

    Schrijf één inzicht op en onderbouw het met een voorbeeld uit de les. Welke aanname of fout kun je nu beter herkennen? Welke vraag heb je nog?

    Voor de docent: Zoek naar een vakspecifiek inzicht, een passend voorbeeld en een benoemde volgende vraag. Gebruik dit als exit ticket; zelfvertrouwen is geen vervanging voor inhoudelijk bewijs. Verder verdiepen voor de docent: https://www.slo.nl/

Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.