Een p-waarde is geen kans dat je hypothese klopt
Voorbeeldles · Onderzoeksmethoden en statistiek · 15–25 min · 6 dia's
Een uitgewerkte, fictieve casus voor Wo bachelor: Fictief onderzoeksabstract: twee groepen van elk 40 studenten krijgen verschillende lesvormen. Een tweezijdige toets voor een verschil in gemiddelde scores geeft p = 0,04. Het abst…
De dia's van deze les
1. Lesdoel en succescriteria: Een conclusie heeft bewijs nodig
We gebruiken een zelfgeschreven, fictieve casus. Onderzoek wat de bron wel en niet laat zien. Leg steeds uit waarom je iets denkt.
- Ik kan een uitspraak aan de bron toetsen
- Ik kan een redenering met bewijs verbeteren
Voor de docent: Voorbeeldles van Denkprikkel, circa 15 minuten. De organisatie is fictief. Lees vooraf de opdrachten en het antwoordmodel; pas woorden en ondersteuning aan jouw klas aan. De les is nog niet onafhankelijk door een vakdocent beoordeeld.
2. Uitleg: Bekijk de bron
Fictief onderzoeksabstract: twee groepen van elk 40 studenten krijgen verschillende lesvormen. Een tweezijdige toets voor een verschil in gemiddelde scores geeft p = 0,04. Het abstract vermeldt geen effectgrootte, betrouwbaarheidsinterval, steekproefselectie of toetsaannames. De nulhypothese is: geen verschil in populatiegemiddelden.
Voor de docent: Laat leerlingen eerst zelf lezen, dan in tweetallen overleggen. Ondersteuning: laat gegevens markeren of teken de situatie. Maak onderscheid tussen een waarneming, een mening en een conclusie.
3. Meerkeuzevraag: Welke redenering past?
Welke interpretatie is voorwaardelijk juist?
- Onder de nulhypothese en toetsaannames is de kans op een minstens zo extreme toetsuitkomst 4%
- De onderzoekshypothese heeft 96% kans om waar te zijn
- De nieuwe lesvorm werkt bij 96% van de studenten
Voor de docent: Laat eerst individueel kiezen en vraag daarna om een onderbouwing uit de bron. Antwoordmodel: Een p-waarde is berekend onder een veronderstelde nulhypothese en toetsmodel. Zij geeft niet de kans dat de nul- of onderzoekshypothese waar is. Statistische significantie bewijst bovendien geen praktisch relevant of causaal effect.
4. Spot de denkfout: Spot de AI-fout
Een verzonnen AI zegt: ‘p = 0,04 betekent dat de onderzoekshypothese met 96% zekerheid waar is.’ Welke stap is niet onderbouwd? Gebruik de bron om de redenering te verbeteren.
Voor de docent: De denkfout: Een p-waarde is berekend onder een veronderstelde nulhypothese en toetsmodel. Zij geeft niet de kans dat de nul- of onderzoekshypothese waar is. Statistische significantie bewijst bovendien geen praktisch relevant of causaal effect. Laat leerlingen het precieze probleem aanwijzen. Bespreek daarna expliciet de verbetering: de fout is opzettelijk in deze oefening opgenomen.
5. Open vraag: Onderzoek een stap verder
Schrijf als reviewer drie vragen bij dit abstract. Welke informatie heb je nodig om zowel de statistische onderbouwing als de onderwijswaarde te beoordelen?
Voor de docent: Vraag naar onderzoeksopzet en toewijzing, steekproefselectie, toetsaannames, effectgrootte en onzekerheidsinterval. Vraag of analyses vooraf waren gepland en welke uitkomsten zijn onderzocht. Vul ontbrekende gegevens niet zelf in. Laat studenten onderscheid maken tussen een toetsbeslissing, causaliteit, praktische relevantie en generaliseerbaarheid.
6. Open vraag: Jouw beter onderbouwde conclusie
Schrijf twee zinnen: ‘Uit de bron blijkt …’ en ‘We weten nog niet …’. Leg uit welke extra informatie jouw conclusie zou kunnen veranderen.
Voor de docent: Laat leerlingen hun eerste antwoord bijstellen. Geef feedback op bewijs en redenering, niet op snelheid. Vraag naar onderzoeksopzet en toewijzing, steekproefselectie, toetsaannames, effectgrootte en onzekerheidsinterval. Vraag of analyses vooraf waren gepland en welke uitkomsten zijn onderzocht. Vul ontbrekende gegevens niet zelf in. Laat studenten onderscheid maken tussen een toetsbeslissing, causaliteit, praktische relevantie en generaliseerbaarheid.
Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.