Een belofte moet in de begroting passen
Voorbeeldles · Burgerschap · 35 min · 8 dia's
Een budget controleren en een keuze met zowel cijfers als belangen onderbouwen.
De dia's van deze les
1. Lesdoel en succescriteria: Een belofte moet in de begroting passen
Een budget controleren en een keuze met zowel cijfers als belangen onderbouwen.
- Ik kan een budget controleren en een keuze met zowel cijfers als belangen onderbouwen.
- Ik kan mijn antwoord met gegevens en een navolgbare redenering onderbouwen.
- Ik kan een fout of aanname herkennen en mijn uitleg herzien.
Voor de docent: Zelfgeschreven Nederlandstalig oefenmateriaal. Richtniveau en 35 minuten zijn didactische inschattingen, geen gevalideerde leerresultaten of curriculumcertificering. Bekijk inhoud en antwoordmodel voor je klas. De casussen en oefenmetingen zijn fictief of expliciete modellen.
2. Uitleg: Onderzoekkaart
Fictieve leerlingenraad heeft €1200. Voorstellen: banken €700, planten €350 en spelmateriaal €300. Deze bedragen zijn totale kosten in het oefenmodel; andere kosten of inkomsten zijn er niet. Een plan moet binnen het budget blijven.
Voor de docent: Lees samen de casus. Laat leerlingen scheiden wat gegeven is en wat zij zelf aannemen. De onderzoekkaart wordt ook bij de opdrachten herhaald zodat leerlingen de gegevens kunnen teruglezen.
3. Meerkeuzevraag: Kies en controleer
Wat kost het om alle drie de voorstellen uit te voeren? Gegevens bij deze opdracht Fictieve leerlingenraad heeft €1200. Voorstellen: banken €700, planten €350 en spelmateriaal €300. Deze bedragen zijn totale kosten in het oefenmodel; andere kosten of inkomsten zijn er niet. Een plan moet binnen het budget blijven.
- €1200
- €1250
- €1050
- €1350
Voor de docent: 700+350+300 = €1350. Er is dus €150 meer nodig dan het budget van €1200. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
4. Open vraag: Waarom past jouw keuze?
Onderbouw je keuze met minstens één gegeven. Leg ook uit waarom één andere keuze niet past. Gegevens bij deze opdracht Fictieve leerlingenraad heeft €1200. Voorstellen: banken €700, planten €350 en spelmateriaal €300. Deze bedragen zijn totale kosten in het oefenmodel; andere kosten of inkomsten zijn er niet. Een plan moet binnen het budget blijven.
Voor de docent: 700+350+300 = €1350. Er is dus €150 meer nodig dan het budget van €1200. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
5. Open vraag: Pas toe en onderbouw
Maak twee uitvoerbare combinaties en bereken hoeveel geld overblijft. Noem bij elke combinatie een belang dat minder bediend wordt. Gegevens bij deze opdracht Fictieve leerlingenraad heeft €1200. Voorstellen: banken €700, planten €350 en spelmateriaal €300. Deze bedragen zijn totale kosten in het oefenmodel; andere kosten of inkomsten zijn er niet. Een plan moet binnen het budget blijven.
Voor de docent: Banken en planten kosten €1050: €150 over. Banken en spelmateriaal kosten €1000: €200 over. Planten en spelmateriaal kosten €650: €550 over. Koppel een afweging aan een correcte balans. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
6. Spot de denkfout: Onderzoek een fictieve AI-redenering
Een fictieve AI zegt: “We hebben een tekort van €150; na €100 extra inkomsten past alles.” Wat is fout? Gegevens bij deze opdracht Fictieve leerlingenraad heeft €1200. Voorstellen: banken €700, planten €350 en spelmateriaal €300. Deze bedragen zijn totale kosten in het oefenmodel; andere kosten of inkomsten zijn er niet. Een plan moet binnen het budget blijven.
- Er blijft nog €150 tekort
- Er blijft nog €50 tekort
- Er blijft €50 over
- De oorspronkelijke kosten dalen automatisch met €100
Voor de docent: De denkfout: Met €100 extra is er €1300 tegenover €1350 kosten. Er ontbreekt nog €50; de conclusie past niet bij de cijfers. Met €100 extra is er €1300 tegenover €1350 kosten. Er ontbreekt nog €50; de conclusie past niet bij de cijfers. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
7. Open vraag: Denk verder: verander de situatie
Formuleer een verkiezingsbelofte die financieel controleerbaar is en een voorwaarde eerlijk vermeldt. Gegevens bij deze opdracht Fictieve leerlingenraad heeft €1200. Voorstellen: banken €700, planten €350 en spelmateriaal €300. Deze bedragen zijn totale kosten in het oefenmodel; andere kosten of inkomsten zijn er niet. Een plan moet binnen het budget blijven.
Voor de docent: Bijvoorbeeld: wij stellen banken en planten voor binnen €1200; spelmateriaal kan alleen bij minstens €150 extra inkomsten als ook dat voorstel wordt uitgevoerd. Controleer de bedragen en maak de voorwaarde expliciet. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
8. Open vraag: Terugblik: wat heb je herzien?
Schrijf één inzicht op en onderbouw het met een voorbeeld uit de les. Welke aanname of fout kun je nu beter herkennen? Welke vraag heb je nog?
Voor de docent: Zoek naar een vakspecifiek inzicht, een passend voorbeeld en een benoemde volgende vraag. Gebruik dit als exit ticket; zelfvertrouwen is geen vervanging voor inhoudelijk bewijs. Verder verdiepen voor de docent: https://prodemos.nl/
Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.