Alle lessen

Differentiatie in stations: lesopzet

Onderwijsconcept · Alle vakken · 45–60 min · 6 dia's

Drie stations, drie instapniveaus — iedereen werkt aan dezelfde leerdoelen op eigen uitdagingsniveau, met jou vrij voor gerichte begeleiding. In groepen met grote verschillen, of als herhaalles na een toets met spreiding.

De dia's van deze les

  1. 1. Lesdoel en succescriteria: Drie routes, één doel

    Vandaag werken we aan het leeronderwerp van vandaag in stations. Het doel is voor iedereen gelijk — de route kies je zelf.

    • Ik kan uitleggen wat het leeronderwerp van vandaag inhoudt
    • Ik kan het leeronderwerp van vandaag op mijn niveau toepassen
    • Ik kan uitleggen waarom ik dit station koos en of het bij mij paste

    Voor de docent: Convergente differentiatie: hetzelfde doel voor iedereen, verschil in instructie, ondersteuning en uitdaging. Benadruk dat kiezen een leervaardigheid is — je mag tussendoor wisselen. Stuur bij als een leerling structureel te laag of te hoog kiest.

  2. 2. Uitleg: Zo werken de stations

    Station Start (met ondersteuning), Station Door (zelfstandig), Station Duik (verdieping). Je hebt per station 12 minuten.

    Voor de docent: Maak de stations fysiek herkenbaar (hoeken/kleurkaarten). Bij Start sta jij of een instructiekaart; Door werkt volledig zelfstandig; Duik krijgt een open uitdaging.

  3. 3. Open vraag: Station Start: stap voor stap

    Werk hier met het stappenplan en de voorbeeldopgave. Noteer waar je vastliep — dat bespreek ik met je.

    Voor de docent: Jouw plek is bij Start: hier zitten de leerlingen die het meest van je expertise profiteren. Werk met kleine groepjes hardop-denkend (verlengde instructie). Verrijking zit in station Duik.

  4. 4. Open vraag: Station Door en Duik: op eigen kracht

    Door: pas de stof zelfstandig toe. Duik: los de open uitdaging op en verdedig je aanpak.

    Voor de docent: Duik-leerlingen krijgen geen meer-van-hetzelfde maar een rijkere opgave (transfer). Laat Duik-uitkomsten presenteren aan Start — uitleggen is de beste check.

  5. 5. Meerkeuzevraag: Check: wat kun je nu?

    Eén vraag voor iedereen, welk station je ook deed.

    • A
    • B
    • C
    • D

    Voor de docent: Pas de opties aan naar jouw stof. Iedereen werkte aan hetzelfde doel, dus iedereen krijgt dezelfde check. Zo zie je of elke route bij het doel uitkwam.

  6. 6. Schaalvraag: Uitchecken: hoe ging je route?

    Hoe goed paste jouw station bij je vandaag?

    Voor de docent: Zelfevaluatie van de keuze is onderdeel van het leren. Wie consequent te laag kiest, daag je volgende les uit; wie overschat, coacht je in realistisch kiezen.

Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.