De stemwijzer-val
Startopdracht · Maatschappijleer, Burgerschap · 8 min · 3 dia's
Peilingen en stemwijzers: wat vertellen ze wél, en wat suggéren ze ten onrechte?
De dia's van deze les
1. Spot de denkfout: De peiling voorspelt
Een peiling: 'Partij A wint 2 zetels.' Je buurman zegt: 'Dan komt dat zo.' Wat is het denkfoutje in zijn redenering?
- Hij heeft gelijk: peilingen zijn altijd precies
- Een peiling is een momentopname met een marge — geen voorspelling: meningen kunnen veranderen en de marge maakt de uitslag onzeker
- Peilingen zijn altijd verkeerd
- Peilingen mogen niet in het nieuws
Voor de docent: De denkfout: Peilingen bevragen een steekproef nú, met een onzekerheidsmarge. 'Meetbaar op dit moment' is iets anders dan 'voorspelling van de toekomst'. Vraag door: 'Wat zou een peiling wél eerlijk kunnen voorspellen?' en 'Waarom lezen kranten graag peilingen?'
2. Open vraag: De stemwijzer-uitslag
Jij doet een stemwijzer en hij zegt: 'Jij past bij partij X.' Bedenk twee redenen waarom dat niet per se jouw beste partij is.
Voor de docent: Vraag door: 'Sterke redenen: stellingen zijn gekozen door de maker, gewichten ontbreken, en thema's die jij belangrijk vindt zitten er misschien niet in.' en 'Wat zou een betere vraag zijn dan een meerkeuzelijst?'
3. Open vraag: Jouw stemweg
Hoe weeg jij jouw eigen waarden als je (later) stemt: op gevoel, op programma, op personen — of ergens tussenin?
Voor de docent: Vraag door: 'Wat is het voordeel van een bewuste mix?' en 'Wanneer is stemmen op gevoel verdedigbaar?'
Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.