De eerlijke verdeling
Startopdracht · Po, Rekenen, Burgerschap · 7 min · 3 dia's
Kindertaal: eerlijk verdelen — gelijk versus rechtvaardig.
De dia's van deze les
1. Open vraag: De appels verdelen
Jullie hebben 12 appels en 4 kinderen. Eén kind heeft de hele reis al appels gedragen. Verdeel je dan nog steeds 3-3-3-3? Leg je keuze uit in één zin.
Voor de docent: Vraag door: 'Wat is het verschil tussen gelijk (iedereen evenveel) en eerlijk (ieder naar zijn behoefte of inspanning)?' en 'Welke afspraak zou de ruzie het beste stoppen?'
2. Schaalvraag: Wat is eerlijk?
Soms is 'iedereen evenveel' eerlijk, soms niet. Geef aan: hoe goed snap jij het verschil tussen 'gelijk' en 'eerlijk'?
Voor de docent: Vraag door: 'Wie kan een voorbeeld geven waarbij gelijk NIET eerlijk voelt?' en 'En een voorbeeld waarbij het wél eerlijk is?'
3. Open vraag: Jouw regel
Maak zelf een regel voor het verdelen van dingen in de klas: wanneer krijgt iedereen evenveel, en wanneer niet?
Voor de docent: Vraag door: 'Waarom is het handig om de regel vóóraf te afspreken?' en 'Wat gebeurt er als er geen regel is?'
Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.