De beste leverancier volgens wiens model?
Voorbeeldles · Logica · 45 min · 8 dia's
Een gewogen beslismodel narekenen en onderscheid maken tussen modeluitkomst en een normatieve keuze.
De dia's van deze les
1. Lesdoel en succescriteria: De beste leverancier volgens wiens model?
Een gewogen beslismodel narekenen en onderscheid maken tussen modeluitkomst en een normatieve keuze.
- Ik kan een gewogen beslismodel narekenen en onderscheid maken tussen modeluitkomst en een normatieve keuze.
- Ik kan mijn antwoord met gegevens en een navolgbare redenering onderbouwen.
- Ik kan een fout of aanname herkennen en mijn uitleg herzien.
Voor de docent: Zelfgeschreven Nederlandstalig oefenmateriaal. Richtniveau en 45 minuten zijn didactische inschattingen, geen gevalideerde leerresultaten of curriculumcertificering. Bekijk inhoud en antwoordmodel voor je klas. De casussen en oefenmetingen zijn fictief of expliciete modellen. Maak een eigen lesvariant: Maak een beslismodel voor een beroepsvraagstuk en publiceer de aannamen naast het antwoordmodel. Laat een collega de score-richting, gewichten, rekenuitkomsten en normatieve afweging controleren.
2. Uitleg: Onderzoekkaart
Fictief beslismodel met scores op een schaal van 0 tot 10, waarbij hoger steeds gunstiger is. Leverancier A: kwaliteit 8, kostenscore 6, milieuscore 9. Leverancier B: kwaliteit 9, kostenscore 9, milieuscore 4. De afgesproken gewichten zijn kwaliteit 50%, kosten 30%, milieu 20%. De totaalscore is de gewogen som. De kostenscore is al omgerekend naar de gunstige richting: hoger betekent hier voordeliger. De scores gelden als exact binnen dit oefenmodel; hun totstandkoming en onzekerheid zijn niet onderzocht.
Voor de docent: Lees samen de casus. Laat leerlingen scheiden wat gegeven is en wat zij zelf aannemen. De onderzoekkaart wordt ook bij de opdrachten herhaald zodat leerlingen de gegevens kunnen teruglezen.
3. Meerkeuzevraag: Kies en controleer
Welke uitkomst volgt uit de gegeven gewichten? Gegevens bij deze opdracht Fictief beslismodel met scores op een schaal van 0 tot 10, waarbij hoger steeds gunstiger is. Leverancier A: kwaliteit 8, kostenscore 6, milieuscore 9. Leverancier B: kwaliteit 9, kostenscore 9, milieuscore 4. De afgesproken gewichten zijn kwaliteit 50%, kosten 30%, milieu 20%. De totaalscore is de gewogen som. De kostenscore is al omgerekend naar de gunstige richting: hoger betekent hier voordeliger. De scores gelden als exact binnen dit oefenmodel; hun totstandkoming en onzekerheid zijn niet onderzocht.
- A scoort 8,0 en B scoort 7,0
- A en B scoren beide 8,0
- A scoort 23 en B scoort 22
- A scoort 7,6 en B scoort 8,0
Voor de docent: A: 0,5×8+0,3×6+0,2×9 = 7,6. B: 0,5×9+0,3×9+0,2×4 = 8,0. Een ongewogen som gebruikt niet de afgesproken methode. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
4. Open vraag: Waarom past jouw keuze?
Onderbouw je keuze met minstens één gegeven. Leg ook uit waarom één andere keuze niet past. Gegevens bij deze opdracht Fictief beslismodel met scores op een schaal van 0 tot 10, waarbij hoger steeds gunstiger is. Leverancier A: kwaliteit 8, kostenscore 6, milieuscore 9. Leverancier B: kwaliteit 9, kostenscore 9, milieuscore 4. De afgesproken gewichten zijn kwaliteit 50%, kosten 30%, milieu 20%. De totaalscore is de gewogen som. De kostenscore is al omgerekend naar de gunstige richting: hoger betekent hier voordeliger. De scores gelden als exact binnen dit oefenmodel; hun totstandkoming en onzekerheid zijn niet onderzocht.
Voor de docent: A: 0,5×8+0,3×6+0,2×9 = 7,6. B: 0,5×9+0,3×9+0,2×4 = 8,0. Een ongewogen som gebruikt niet de afgesproken methode. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
5. Open vraag: Pas toe en onderbouw
Laat zien wat er gebeurt bij gewichten kwaliteit 40%, kosten 20%, milieu 40%. Licht de rangwisseling toe. Gegevens bij deze opdracht Fictief beslismodel met scores op een schaal van 0 tot 10, waarbij hoger steeds gunstiger is. Leverancier A: kwaliteit 8, kostenscore 6, milieuscore 9. Leverancier B: kwaliteit 9, kostenscore 9, milieuscore 4. De afgesproken gewichten zijn kwaliteit 50%, kosten 30%, milieu 20%. De totaalscore is de gewogen som. De kostenscore is al omgerekend naar de gunstige richting: hoger betekent hier voordeliger. De scores gelden als exact binnen dit oefenmodel; hun totstandkoming en onzekerheid zijn niet onderzocht.
Voor de docent: A: 3,2+1,2+3,6 = 8,0. B: 3,6+1,8+1,6 = 7,0. A wordt hoger gerangschikt omdat milieu nu zwaarder weegt. Het gaat om een veranderde afweging, niet om veranderde leveranciers. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
6. Spot de denkfout: Onderzoek een fictieve AI-redenering
Een fictieve AI besluit: “B is objectief de beste keuze in iedere situatie.” Welke beperking wordt weggelaten? Gegevens bij deze opdracht Fictief beslismodel met scores op een schaal van 0 tot 10, waarbij hoger steeds gunstiger is. Leverancier A: kwaliteit 8, kostenscore 6, milieuscore 9. Leverancier B: kwaliteit 9, kostenscore 9, milieuscore 4. De afgesproken gewichten zijn kwaliteit 50%, kosten 30%, milieu 20%. De totaalscore is de gewogen som. De kostenscore is al omgerekend naar de gunstige richting: hoger betekent hier voordeliger. De scores gelden als exact binnen dit oefenmodel; hun totstandkoming en onzekerheid zijn niet onderzocht.
- De gegeven totaalscore van B is lager dan die van A
- De gewichten tellen op tot meer dan 100%
- Een hogere kostenscore betekent hier juist duurder
- De rangorde hangt mede af van de gekozen criteria, gewichten en scores
Voor de docent: De denkfout: De berekening klopt binnen het model, maar bewijst geen universele voorkeur. Gewichten bevatten een afweging; andere verantwoorde criteria kunnen een andere rangorde geven. De berekening klopt binnen het model, maar bewijst geen universele voorkeur. Gewichten bevatten een afweging; andere verantwoorde criteria kunnen een andere rangorde geven. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
7. Open vraag: Denk verder: verander de situatie
Welke controles zijn nodig voordat je een echt besluit op vergelijkbare scores baseert? Gegevens bij deze opdracht Fictief beslismodel met scores op een schaal van 0 tot 10, waarbij hoger steeds gunstiger is. Leverancier A: kwaliteit 8, kostenscore 6, milieuscore 9. Leverancier B: kwaliteit 9, kostenscore 9, milieuscore 4. De afgesproken gewichten zijn kwaliteit 50%, kosten 30%, milieu 20%. De totaalscore is de gewogen som. De kostenscore is al omgerekend naar de gunstige richting: hoger betekent hier voordeliger. De scores gelden als exact binnen dit oefenmodel; hun totstandkoming en onzekerheid zijn niet onderzocht.
Voor de docent: Controleer meetwijze, betekenis van schalen, onzekerheid, belanghebbenden, ontbrekende eisen en de rechtvaardiging van de gewichten. Een exact rekenresultaat maakt de invoer niet vanzelf betrouwbaar. Beoordeel formatief: klopt de inhoud binnen de gegeven casus, worden relevante gegevens gebruikt en is de redenering navolgbaar? Geef feedback op één volgende denkstap. Beloon geen snelheid. Bij meerdere verdedigbare antwoorden telt de onderbouwing; beoordeel geen persoonlijke mening. Vragen om door te vragen: welk gegeven steunt je antwoord? Wat zou je conclusie veranderen?
8. Open vraag: Terugblik: wat heb je herzien?
Schrijf één inzicht op en onderbouw het met een voorbeeld uit de les. Welke aanname of fout kun je nu beter herkennen? Welke vraag heb je nog?
Voor de docent: Zoek naar een vakspecifiek inzicht, een passend voorbeeld en een benoemde volgende vraag. Gebruik dit als exit ticket; zelfvertrouwen is geen vervanging voor inhoudelijk bewijs. Verder verdiepen voor de docent: https://www.slo.nl/
Gebruik deze les gratis in denkprikkel — leerlingen doen mee met een lescode, zonder account.